Wanneer leuk ook veel is
Vroegtijdig bejaard of gewoon een moeder met een sociale batterij van 9%?
Vroeger dacht ik dat “kapot zijn” betekende dat je om drie uur ‘s nachts nog ergens op een plakkerige dansvloer stond met oorsuizen en spijt van het zoveelste pintje.
Nu betekent kapot zijn, een schoolfeest.
De eerste zondag van juni was het zover: dochterlief haar eerste schoolfeest. Een grote mijlpaal, want weinig is schattiger dan een groep peuters van 2,5 tot 3 jaar die proberen synchroon te bewegen.
Ze speelden het verhaal van een rups die een vlinder werd. Vier cirkels peuters met elk een juf. Onze dochter deed flink mee. Al werd haar cirkel af en toe meer een creatieve interpretatie, ergens tussen ovaal en aardappelvorm. Maar ze zwaaide enthousiast, en ik stond daar als trotse mama te glimlachen.
Diezelfde week was ze jarig. Een spannend moment voor haar waar ze naar toeleefde. En dan plots op zondag moest ze naar school. Op een zondag?! In haar hoofd waarschijnlijk een schending van de mensenrechten. Ze had er geen zin in. Ik heb onderhandeld met snoepjes om haar mee te krijgen.
Eenmaal op school zag ik het meteen. Uiterlijk leek alles oké, maar vanbinnen stormde het. Ze was stil. Apathisch bijna. Geen lach, weinig reactie. Ik ken dat. Niet alleen bij haar, maar ook bij mezelf en mijn vriend.
Als ik overprikkeld ben, word ik Windows 95. Vastlopen. Laden. Niet reageren.
Alsof iemand twintig tabbladen heeft opengezet in mijn hoofd en er ergens ook nog muziek afspeelt. En toch gaan we door. Dat is wat volwassenen doen, toch? Opdagen, glimlachen en functioneren.
Na haar optreden kwam ze wat los. Eendjes vissen, springkasteel, een blotevoetenpad, … een Vlaamse kermis in miniatuurvorm. Tegen dan was mijn sociale batterij al aan het knipperen. Want naast moeder, ben je op zo’n dag ook partner, dochter, schoondochter en iemand die geacht wordt smalltalk te doen. En dat kost energie. Niet omdat ik het niet graag doe. Ik vind het fijn, echt, maar ook vermoeiend.
Mijn leven zit vol met goedbedoelde aanwezigheid. Leuke dingen. Huishoudelijke dingen. Werk. Verbindende dingen. Sociale dingen. Maar zelden lege dingen.
Ik vraag mij steeds vaker af wanneer we zijn beginnen geloven dat een vol leven automatisch een goed leven is. We zitten collectief gevangen in een vreemd soort druktecultuur. Zelfs rust is tegenwoordig werk geworden. Self care of me-time moet worden ingepland, geoptimaliseerd en liefst online gedeeld worden. We nemen een bad, steken een kaars aan en noemen het herstel, terwijl we intussen al nadenken over de boodschappenlijst, smartschoolberichten en of we nog genoeg melk in huis hebben.
Ik ben moe, maar dat mag precies alleen als ik daar een goede reden voor heb. Moe van een schoolfeest? Van smalltalk? Van aanwezig zijn? Dat voelt bijna gênant om toe te geven, maar misschien onderschatten we de som van al die kleine dingen. Het constante schakelen. De voortdurende beschikbaarheid. Het lawaai. Het plannen, organiseren, onthouden, reageren en zorgen. Het sociale verkeer van een doorsneedag.
Geen wonder dat sommigen zich leeg voelen. Elk weekend moeten we iets leuks doen en elke tijd met je kind moet gevuld worden met mooie herinneringen. Terwijl kinderen vooral nood hebben aan ouders die niet op hun tandvlees lopen. En ouders misschien aan een zondag waarop niemand iets verwacht.
‘s Avonds lagen we allemaal uitgeteld in bed. Onze dochter op tijd. Ik iets later, half comateus op de zetel. Zelfs de dagen erna voelde ik mij moe. Zo’n slepende vermoeidheid waarbij ik mij afvraag: ben ik gewoon introvert, overprikkeld, moeder, … of tachtig?
Misschien speelt mijn schildklier mee (die werkt ietsje trager dan gemiddeld) of heb ik een vitamine D-tekort. Misschien is het gewoon het leven zelf dat in deze fase meer van mij vraagt dan ik soms wil toegeven.
Wat ik wél geleerd heb: herstel vraagt planning.
Ik plan tegenwoordig bewust lege ruimte rond drukke dagen. Geen volle agenda ervoor, geen volle agenda erna. Het lijkt misschien overdreven, maar ik noem het onderhoud. Zoals een auto op tijd olie nodig heeft, heb ik stilte nodig. Niet uit luxe, maar uit noodzaak. Dat klinkt saai, maar ik beschouw het als rebellie. In een wereld die altijd meer wil, is minder soms het moedigste antwoord.
Welke dingen deed je vroeger zonder nadenken, maar vragen nu een herstelperiode?
Hoe merk jij dat je batterij leegloopt?
Wat helpt jou het snelst om weer op te laden na een drukke dag?
Vind jij dat je “mee moet kunnen” met drukte, of durf je daar grenzen in trekken?
Nog één kleine vraag.
Vond je dit leuk om te lezen? Geef de nieuwsbrief gerust een ❤️ of laat een reactie achter. Dat helpt mijn verhalen bij andere lezers terechtkomen.
🗞️ Zin in meer? Duik in het archief.
🙋♀️ Abonneer je en ontvang elke week een nieuw verhaal over simpel leven, kleine gelukjes en leven met de seizoenen in je mailbox.
💌 Ken je iemand die dit ook leuk vindt? Stuur deze nieuwsbrief gerust door.








Hoe merk jij dat je batterij leegloopt?
Oh ik ben dan wat chagrijniger en kan minder hebben. Vaak ook erg moe en geen fut ook voor de leuke dingen.
Wat helpt jou het snelst om weer op te laden na een drukke dag?
Ik neem meer tijd voor mezelf en doe minder aan 'moetjes' Ik behoud mijn ritme
Vind jij dat je “mee moet kunnen” met drukte, of durf je daar grenzen in trekken?
Sinds ik moeder ben zeg ik veel makkelijkere nee tegen dingen. Ik trek daarin wel mijn grenzen. Alleen soms lastig als alles samen komt. Nu bijvoorbeeld een drukke periode met onze nieuwe poesjes, tuinverbouwing en Noa die jarig is... Ik probeer mijn vrije dagen dan ook echt die rust te nemen en niet als een wervelwind door het huis te gaan.
Leuk artikel en goed ook om eens bewust over na te denken
Ik ben ook team minder doen 💪 naast dat ik zelf gewoon veel tijd nodig heb voor mezelf, om bij te komen of op te laden, vind ik dat ook een betere houding om echt aanwezig te zijn. Zo’n volle agenda is aan mij niet meer besteed. En ik zie dat pas als echt self care. Ruimte maken voor wie je bent en wat je nodig hebt.